Het gevaar van professionalisering van de staf
Het beheer van een vereniging, waar verantwoording schuldig is aan een diverse groep van leden (de Algemene Vergadering), is iets helemaal anders dan het runnen van een commerciële vennootschap. Meer en meer dringt de realiteit zich dan ook op om dit over te laten aan beroepsmensen.
Dit is ook logisch omdat de alledaagse beslommeringen van bestuursleden bij hun dagdagelijkse werkzaamheden liggen. De gewone bestuursleden worden om de drie maanden gedurende twee à drie uren geconfronteerd met verenigingszaken. Niettegenstaande dat dit bij sommige actieve bestuursleden (de voorzitter, leden van het Kernbestuur, enz.) kan oplopen tot enkele uren per maand, is dit nog steeds onvoldoende om zich volledig in te kunnen leven in de vereisten van de vereniging.
Het gevaar van deze evolutie is dat de bestuursleden moeite hebben om hun verantwoordelijkheden af te staan. Het is echter een gezonde ontwikkeling die het beste van twee werelden samenbrengt. Het betekent dat:
- directeurs en hun staf een duidelijke verantwoordelijkheid krijgen om een strategie te ontwikkelen en deze voor te stellen ter evaluatie aan de Raad van Bestuur;
- Commissies eerder een input leveren op strategisch niveau en minder uitvoerende taken opnemen;
- de staf van de vereniging eerder geneigd zal zijn om actie plannen te ontwikkelen die kaderen in het totaal strategisch plan van de vereniging en minder een reflectie zijn van persoonlijke belangen.
De overgang van een beheer door de Raad van Bestuur naar een beheer door een betaalde staf die het beleid van de Raad van Bestuur uitvoert, dient gepaard te gaan met de ontwikkeling van de nodige procedures. Dit zal heel wat energie en inzicht vragen, zeker bij jongere verenigingen die af te rekenen hebben met groeipijnen (de inkomsten dekken niet altijd de noodzakelijke investeringen om te professionaliseren).
Ook zal de werking met commissies moeten herzien worden. Directeurs van moderne verenigingen krijgen een duidelijke opdracht met duidelijke objectieven. Het is aan de directeur om dit tot uitvoering te brengen en zelf te beslissen hoe hij de ledenbasis zal consulteren of informeren. Dit kan door gebruik te maken van commissies of op een minder formele manier.
| < Vorige | Volgende > |
|---|








