Financiëel: voeren van een boekhouding
De Raad van Bestuur legt ieder jaar en ten laatste binnen zes maanden na afsluitingsdatum van het boekjaar, de jaarrekening van het voorbije boekjaar alsook de begroting van het volgende boekjaar, ter goedkeuring voor aan de Algemene Vergadering.
De verenigingen voeren een vereenvoudigde boekhouding die tenminste betrekking heeft op de mutaties in contant geld of op de rekeningen.
De verenigingen houden evenwel hun boekhouding en maken hun jaarrekening op overeenkomstig de bepalingen van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen, wanneer bij de afsluiting van het boekjaar, met betrekking tot ten minste twee van de volgende drie criteria de onderstaande cijfers op hen van toepassing zijn:
1. het equivalent, gemiddeld over het jaar, van 5 voltijdse werknemers ingeschreven in het personeelsregister;
2. in totaal 250.000 Euro aan andere dan uitzonderlijke ontvangsten, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde;
3. een balanstotaal van 1.000.000 Euro.
Het spreekt voor zich dat de verplichtingen die voor verenigingen voortvloeien uit de voornoemde wet van 17 juli 1975 aan de bijzondere aard van hun werkzaamheden en hun wettelijk statuut aangepast worden. De bovenvermelde bedragen kunnen aangepast worden aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
De punten 2 en 3 zijn niet van toepassing op verenigingen die wegens de aard van hun hoofdactiviteit onderworpen zijn aan bijzondere, uit een wetgeving of een overheidsreglementering voortvloeiende regels betreffende het houden van hun boekhouding en betreffende hun jaarrekening, voor zover zij minstens gelijkwaardig zijn aan die bepaald op grond van deze wet.
Nota: Volgens de nieuwe vzw wetgeving moeten ontvangsten en uitgaven in een dagboek worden bijgehouden; inventaris van schulden, bezittingen, rechten en verplichtingen dienen te worden opgemaakt; dit alles wordt bijgehouden volgens wettelijke modellen.
| < Vorige | Volgende > |
|---|








