Plichten van Bestuurders
Bestuurders worden geacht om hun macht uit te oefenen met bekwaamheid en toewijding en dit in het beste belang van de vereniging. Zij oefenen, wat genoemd wordt, een “vertrouwensfunctie” uit voor de vereniging. Hun plicht om te handelen in het algemeen belang van de vereniging wordt gebonden door trouw, eerlijkheid en goed vertrouwen.
Moderne vennootschappen (privé bedrijven) hebben dikwijls de vertrouwensfunctie opgenomen in hun statuten. De vertrouwensfunctie voor Bestuurders werd zelfs binnen de Canadese en Engelse gerechtshoven aanvaard als openbaar recht. De meeste verenigingen hebben deze vertrouwensfunctie nog niet opgenomen in hun statuten.
De vertrouwensfunctie voor Bestuurders kan opgesplitst worden in twee onderdelen:
a) de plicht van bezorgdheid; en,
b) de plicht van trouw.
| < Vorige | Volgende > |
|---|








