Bestaansredenen van VZWs
Elke club, vereniging, verbond of associatie heeft binnen haar doelgroep leden met een verscheidenheid aan redenen waarom zij lid zijn van de vereniging.
Sommigen zullen lid zijn omdat de vereniging hun gedachten vertaalt naar de publieke diensten, anderen zullen lid zijn omdat ze binnen de vereniging aan netwerking kunnen doen, nog anderen zullen lid zijn omdat zij op die manier op de hoogte blijven van wat er binnen de sector reilt en zeilt, en zo zijn er nog vele redenen. Toch kunnen deze gewoonlijk herleid worden tot twee belangrijke groepen.
Dingen die ze zelf niet kunnen
Vooreerst zijn er de dingen die leden zelf niet kunnen. Hiertoe behoren het verzamelen van statistieken en gegevens over de ganse sector die vertegenwoordigd wordt, zich opwerpen als dé gesprekspartner voor de sector, het creëren van een ontmoetingsplaats waar leden ongedwongen met elkaar in contact kunnen treden, enz.
Elk bedrijf is geïnteresseerd in zijn eigen marktpositie en de macht en kracht van de concurrentie. Soms zullen grote bedrijven geneigd zijn om deze informatie onderling uit te wisselen, maar dit geeft nooit een overzicht van de volledige sector. Indien deze gegevens dus niet door overheidsdiensten (zoals het Nationaal Instituut voor de Statistiek) beschikbaar gesteld worden, zal de vereniging de gepaste organisatie zijn om deze leemte in te vullen.
Zo zullen ook bedrijven die trachten een standpunt te verdedigen bij de publieke diensten altijd gezien worden als “individuen” en nooit als vertegenwoordiger en stem van de massa. Ook hier hebben verenigingen een belangrijke rol te vervullen.
Door het opzetten van praatcafé’s, het organiseren van productpresentaties of workshops, het presenteren van resultaten van onderzoek, enz., creëert de vereniging momenten waarop leden mekaar kunnen ontmoeten en aan business doen.
Dingen die ze zelf niet willen doen
Daarnaast zijn er de dingen die ze zelf niet willen doen. Hiertoe behoren het organiseren van jaarcongressen, het voeren van een nationale promotiecampagne ter bevordering van het imago van de ganse sector, het organiseren van kostbewuste opleidingen, enz.
Het organiseren van een jaarcongres vraagt al snel een full-time equivalent gedurende een gans jaar en een belangrijke investering aan communicatie- en promotiemiddelen. Deze kosten kunnen misschien wel opgehoest worden door de grotere jongens, maar dan nog zullen zij er moeilijk in slagen om alle belangrijke spelers binnen de sector te mobiliseren en naar hun evenement te brengen.
Zo ook zullen bedrijven wel gevonden worden om individueel promotie te voeren, maar zal het moeilijk zijn om hen te kunnen overtuigen van het nut van een nationale imago campagne. De enkele gekende uitzonderingen bevestigen de regel en zijn meestal gebaseerd op een win-win situatie waarin de bedrijven die sponsoren een directe return on investment (ROI) genereren. Als schoolvoorbeeld geldt hier zeker de organisatie van de Antwerpse Boekenbeurs door Boek.be.
Verenigingen kunnen dikwijls voor één derde van de normale kost seminaries en opleidingen organiseren. Dit is voornamelijk omdat zij enerzijds op de welwillendheid en profileringdrang van hun leden kunnen rekenen en anderzijds gebruik kunnen maken van een performant communicatiemechanisme met hun leden. Dit drukt de kosten aanzienlijk waardoor betaalbare opleiding kan aangeboden worden.
Voortdurende aandacht is geboden
Afhankelijk van de maturiteit van de sector waarin de vereniging actief is, zullen deze taken variëren. Het is goed mogelijk dat in bepaalde sectoren er leden zijn die wel de mogelijkheid hebben om regelmatig nationale congressen op te zetten. Zo zijn er ook bedrijven die vanwege hun monopolie positie over de nodige marktinformatie beschikken.
Het is dus belangrijk dat de vereniging haar doelstellingen voortdurend in vraag blijft stellen en afstemt op de veranderende marktomgeving.
| < Vorige | Volgende > |
|---|








