Oorzaken voor het krijgen van een paniekstoornis
Als je last hebt van een paniekstoornis, met of zonder agorafobie, zou je nieuwsgierig kunnen zijn naar de oorzaak van deze stoornis. Hoe kom je eraan? Waarom heb juist jij last van paniekaanvallen? Heeft het te maken met je opvoeding of ben je erfelijk belast?
Vooraleer deze vragen beantwoord worden, is het belangrijk het volgende te weten: voor het effectief aanpakken van een paniekstoornis is het niet noodzakelijk de oorzaak van de stoornis te kennen. Veel belangrijker is dat je er zo goed mogelijk mee leert om te gaan. Het blijven zoeken naar één mysterieuze oorzaak kan een valkuil zijn, omdat je er zo niet toekomt werkelijk leren om te gaan met de paniek.
Bij een paniekstoornis kan men eigenlijk zelfs niet spreken van één bepaalde oorzaak.
Over de oorzaken en het ontstaan van een paniekstoornis bestaan er verschillende theorieën. Elk van deze theorieën hebben hun eigen invalshoek voor het verklaren van een paniekstoornis . Echter voor een alomvattend beeld van paniekstoornis is een integratie van alle theorieën nodig.
Het wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken van een paniekstoornis gebeurt voornamelijk vanuit twee verschillende hoofdrichtingen: de biologische en de psychologische invalshoek. Bij de biologische theorieën kijkt men naar het lichaam, vooral naar verstoringen in het brein of delen daarvan; bij de psychologische theorieën kijkt men vooral naar psychologische omstandigheden, zoals achtergrond, omgeving en denkwijze.
In de hieronder volgende paragrafen zullen beknopt de mogelijke oorzaken voor het krijgen van een paniekstoornis, met of zonder agorafobie, overlopen worden.
Verklaring vanuit de biologische theorieën
Tekort aan stoffen
Sommige onderzoekers gaan er van uit dat mensen met angststoornissen in hun brein een tekort hebben aan bepaalde stoffen. Dit tekort zou verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van angst en paniek. Medicijnen die deze stoffen verhogen, zorgen ervoor dat paniekaanvallen verminderen, waardoor mensen weer meer durven te ondernemen.
Erfelijkheid
Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat erfelijkheid op zijn minst een rol speelt bij het ontstaan van de paniekstoornis. Als een van je ouders soortgelijke klachten heeft dan is de kans drie- tot vijf- maal zo groot dat je er zelf ook last van krijgt. Bij eeneiige tweelingen zie je ook een duidelijk verhoogde kans op een angststoornis als een van de twee er aan lijdt. Je erft echter niet rechtstreeks een paniekstoornis, maar je kunt wel erfelijk gevoeliger zijn dan anderen voor het krijgen van een paniekstoornis.
Foutief ademen
Wanneer men hyperventileert, gaat men beginnen ‘over ademen’, uit angst voor benauwdheid. Door dit ‘over ademen ’ verhoogt de hartslag en verschijnen er verschillende lichamelijke sensaties, zoals benauwdheid, duizeligheid en gevoelloosheid. Omdat deze lichamelijke sensaties overeenstemmen met de sensaties die voorkomen tijdens een paniekaanval, ging men er vanuit dat hyperventilatie een oorzaak was voor het krijgen van een paniekstoornis.
Verklaring vanuit de psychologische theorieën
Foutief denken
Eén van de zogenaamde oorzaken voor een paniekstoornis, zit hem in de foute interpretaties van de lichamelijke sensaties. Het verschil tussen mensen die steeds weer in paniek raken en mensen die dat niet doen, heeft te maken met het feit dat mensen met een paniekstoornis steeds een ‘rampgedachte’ in hun hoofd creëren. Iedereen heeft wel eens last van ongewone en vervelende lichamelijke sensaties zoals hartkloppingen of duizeligheid. Mensen die kwetsbaar zijn voor paniek, hebben de neiging dit soort lichamelijke sensaties te interpreteren als een voorbode van een aankomende ramp. Omwille van deze ramgedachte gaan deze mensen heel angstig worden, waardoor er nog meer lichamelijke verschijnselen zullen optreden en ze dus nog angstiger worden en in paniek geraken. Er is als het ware sprake van een vicieuze cirkel, ook wel aangeduid als de ‘paniekcirkel’.
Aanleidingen voor lichamelijke sensaties
Door het gebruik van psychoactieve stoffen zoals cannabis of andere softdrugs, cocaïne, amfetamines of cafeïne (o.a. in koffie, cola en thee) kunnen er lichamelijke sensaties optreden. De misinterpretatie van deze sensaties kan een paniekaanval tot gevolg hebben.
Verder zijn er nog een heleboel andere zaken die een aanleiding kunnen zijn tot het krijgen van een paniekaanval: hormonale veranderingen (menstruatie), ruzie, boosheid, schrikken, vrijen of denken aan seks, lichamelijke inspanning of rust na inspanning, roken, drukte op je werk of thuis, verhalen over bepaalde stoornissen, bepaalde ingrijpende gebeurtenissen, langdurige stress, enzovoorts.
Het komt er op neer dat zowat alles dat een bepaalde spanning kan oproepen, waardoor er lichamelijke verschijnselen optreden, aanleidingen kunnen zijn tot het krijgen van een paniekaanval.
Opvoeding
De manier van opvoeden zou deels te maken kunnen hebben met het ontstaan van een paniekstoornis. Ouders die zelf heel angstig of voorzichtig zijn, zouden deze overbezorgde houding op hun kinderen kunnen overbrengen. Een heel onveilige (emotionele) opvoedingsomgeving zou tevens ook een reden kunnen zijn dat men later angstig en afhankelijk wordt en steeds op zoek is naar veiligheid en steun.
| < Vorige | Volgende > |
|---|








