|
Raad van Bestuur: de opdracht van ... |
|
|
|
|
Geschreven door Paul Van Lil
|
|
maandag, 13 / 03 / 2006 |
Eén van de belangrijkste taken van de Raad van Bestuur is het jaarlijks opstellen van de begroting en deze voorleggen aan de Algemene vergadering ter goedkeuring. De begroting is een raming van ontvangsten en uitgaven voor het komend werkjaar.
Het spreekt voor zich dat dit een weerspiegeling is van de manier waarop de beoogde objectieven zullen verwezenlijkt worden, welke middelen hiervoor noodzakelijk zijn en hoe deze middelen zullen bekomen worden. De Raad van Bestuur zet dus eigenlijk de strategie uit die noodzakelijk is om de objectieven te verwezenlijken, legt deze voor aan de Algemene Vergadering die haar fiat geeft door de begroting goed te keuren en geeft zo de Raad van Bestuur opdracht dit beleid uit te voeren met de beschikbare middelen. Het is belangrijk om hier even bij stil te blijven staan, want het is duidelijk dat de manier waarop de Raad van Bestuur de informatie communiceert naar de Algemene Vergadering van cruciaal belang is. De leden staan bepaalde beslissingsbevoegdheden af aan de Raad van Bestuur en het is voornamelijk tijdens de Algemene Vergadering dat zij controle kunnen uitoefenen en hun stem kunnen laten horen. Ik heb al te dikwijls meegemaakt dat leden hier geen gebruik van maakten omdat a) zij het volle vertrouwen hadden in de leden van de Raad van Bestuur; b) te laat geïnformeerd werden en dus geconfronteerd werden met de realiteit tijdens de vergadering; c) zij hun twijfels niet durfden uitspreken in volle publiek. Al te dikwijls verstoppen de leden zich achter het gezegde: “Wir haben es nicht gewust!”. Een Vereniging is een verzameling van leden en leden mogen kritisch zijn, zij mogen vragen stellen en hebben het recht op correcte antwoorden. Indien zij niet tevreden zijn met de werking van de vereniging hoeven zij de begroting en/of rekeningen niet goed te keuren. Om dit strenge oordeel enigszins af te zwakken, haal ik graag de woorden aan van Michiel Casters, gedurende zeven jaar voorzitter van het Belgisch Direct Marketing Verbond: “een vereniging is een dictatoriale democratie”. Hiermee bedoelde hij dat de groep de richting bepaalt waarin de vereniging evolueert, maar dat er uiteindelijk toch iemand de beslissing moet nemen. In winstgevende vennootschappen (privé bedrijven) wordt verondersteld dat diegenen die een belang hebben in het geheel, kunnen en zullen tevreden gesteld worden met een economische compensatie. Dit kan gebeuren doordat inkomsten verdeeld worden of doordat zij hun aandelen ten gelde maken. In verenigingen bestaat zulk een simpel en rechtstreeks mechanisme niet. Verenigingen streven doelstellingen na die minder tastbaar zijn en daarom moeilijker te kwantificeren. Dit maakt het zeer moeilijk om de prestaties van de vereniging en haar Raad van Bestuur te meten. Hiermee rekening houdend, dienen bestuursleden van verenigingen steeds de belangen van de leden in acht te nemen. Indien zij dit niet doen, zal dit zeker resulteren in één, zoniet beide van de volgende acties: ofwel zullen de leden hun vertrouwen in de vereniging verliezen, ofwel zullen kleinere fracties met een eigen agenda opstaan binnen de vereniging. Als dit gebeurt, komt de ganse werking van de vereniging in gevaar, of in extremis, de levensvatbaarheid van de vereniging. |
|
Laatst Gewijzigd ( dinsdag, 11 / 04 / 2006 )
|