|
Geschreven door Paul Van Lil
|
|
maandag, 13 / 03 / 2006 |
Bestuurders moeten eerlijk en in goed vertrouwen handelen en dit in het beste belang van de Vereniging. Zoals hierboven reeds werd aangehaald, oefent de Bestuurder een vertrouwensfunctie uit. Dit houdt in dat van de Bestuurder verwacht wordt dat hij handelt in het belang van de vereniging en zijn privé of professionele belangen opzij schuift.
Het houdt in dat de Bestuurder altijd zijn macht moet gebruiken in het belang van de vereniging. De Bestuurder mag dit niet aan derden delegeren tenzij onder bepaalde omstandigheden en telkens met supervisie. De Bestuurder mag geen misbruik maken van zijn positie en moet altijd de volledige waarheid onthullen wanneer hij handelt in verband met de vereniging. Een Bestuurder kan nooit ontslagen worden van zijn verplichtingen indien hij gehandeld heeft in slecht vertrouwen. Bewuste ontrouw, onvolledige of misleidende voorstelling van de zaken en handelen vanuit een niet correcte motivatie zijn allemaal voorbeelden van handelen in slecht vertrouwen. De eigenschap van “goed vertrouwen” is de basis van de vertrouwensfunctie die een Bestuurder geniet en vraagt van de Bestuurder om pure beslissingen te nemen, in het belang van de vereniging. Het spreekt voor zich dat een Bestuurder nooit misbruik mag maken van zijn positie, bv. door zichzelf of anderen een voordeel toe te kennen of door iemand onterecht te discrimineren, zonder dat hun handelen kan bestempeld worden als een gerechtvaardigde handeling in het belang van de vereniging. Een klassiek voorbeeld is het enkel toelaten van leden die hun persoonlijke zaak dienen en het weigeren of uitsluiten van leden die tegendraads zijn. Dit kan leiden tot het uiteenvallen en ontbinden van de vereniging waarvoor de betrokken Bestuurders verantwoordelijk kunnen gesteld worden. Ook de plicht van trouw heeft praktische implicaties. Bestuurders dienen: - de volledige waarheid te onthullen betreffende handelingen die zij stellen in naam van de vereniging;
- volledig achter de missie van de vereniging te staan en deze te dienen;
- zich terug te trekken als Bestuurder indien er sprake is van enig persoonlijk vooroordeel of voordeel dat niet verenigbaar is met de missie van de vereniging en dat een correct uitvoeren van de functie van Bestuurder in het gedrang brengt;
- de belangen van de vereniging boven de persoonlijke of professionele belangen te plaatsen en trachten om alle mogelijke interesseconflicten te vermijden;
- alle rapporteringsverplichtingen naar de vereniging op een eerlijke en correcte manier uit te voeren;
- er voor te zorgen dat alle beslissingen die door de Raad van Bestuur genomen worden, op een correcte wijze geïmplementeerd worden;
- op een correcte wijze de doelstellingen van de vereniging te vertalen naar het publiek en de publieke instellingen;
- geen informatie te onthullen die zij als Bestuurder verkregen hebben en die de vereniging schade kan toebrengen, tenzij deze reeds gekend is door het publiek;
- de fondsen van de vereniging op een eerlijke en loyale manier te beheren volgens de overeengekomen afspraken.
|
|
Laatst Gewijzigd ( dinsdag, 11 / 04 / 2006 )
|