|
Voor het bestrijden van paniek bestaan er verschillende effectieve behandelingen. De meest toegepaste vormen van behandeling voor paniekstoornis met of zonder agorafobie zijn: de gedragstherapie, de cognitieve of gedachten therapie en de medicamenteuze therapie.
De gedragstherapie is vooral gericht op het doorbreken van het vermijdingsgedrag. Bij deze therapievorm leert men technieken aan om de angst te verminderen om vervolgens blootgesteld te worden aan angstwekkende situaties. Op deze wijze kan de angst geleidelijk aan uitdoven. De cognitieve of gedachten therapie is vooral gericht op het geestelijk verminderen van de angst. Bij deze therapievorm leert men de rampgedachte ten gevolge van de lichamelijke angstsensaties te veranderen in meer gepaste gedachtegangen. Samen met een therapeut gaat men argumenten zoeken voor de catastrofale angstgedachten en trachten te vervangen door meer redelijke gedachten. Op deze manier worden de paniekklachten en het vermijdingsgedrag verminderd. De medicamenteuze therapie is vooral gericht op het blokkeren van de paniekaanvallen. Bij deze therapievorm gaat men door middel van medicatie ingrijpen op bepaalde delen van het brein die betrokken zijn bij het ontstaan van de angsten. Uit onderzoek is gebleken dat deze behandelingen het meest succesvol zijn. Tevens is gebleken dat wanneer deze therapieën worden gecombineerd, hun succespercentage nog meer stijgt. Er zijn echter nog andere therapievormen die van toepassing kunnen zijn bij de behandeling van paniekstoornis, maar deze kennen een minder hoog succespercentage als de eerste drie. Voorbeelden van deze therapie vormen zijn de psychodynamische therapie, de cliëntgerichte therapie en de systeemtherapie. In dit deel zal er vooral aandacht besteedt worden aan de effectiefste behandelingen. Eerst zullen de cognitieve therapieën besproken worden, daarna de gedragstherapieën en tot slot de medicamenteuze therapieën. De cognitieve therapie Binnen deze therapeutische stroming tracht men eerst samen met de cliënt een zicht te krijgen op de gedachten die men heeft bij de lichamelijke sensaties. Men gaat vervolgens samen bekijken of deze gedachten juist zijn: men zal naar bewijsmateriaal zoeken voor deze gedachten. Men gaat ook eens onderzoeken of er redenen kunnen zijn die erop wijzen dat de gedachten foutief kunnen zijn, of er m.a.w. alternatieve verklaringen kunnen gegeven worden. Verder bekijkt men samen de geloofwaardigheid van elke verklaring en de houdbaarheid van elke verklaring. Op basis hiervan trekt men conclusies en stelt men de oorspronkelijke gedachte bij. De gedragstherapie Deze therapie is vooral gericht op het doorbreken van het vermijdingsgedrag. Tijdens deze therapie worden verschillende technieken en oefeningen aangeleerd om de angst te verminderen. Zo heb je de exposure technieken, de ademhalingsoefeningen en de relaxatie oefeningen. Exposure Bij deze technieken is het de bedoeling dat we samen gaan kijken welke situaties angst opwekken. We gaan ze ordenen naar moeilijkheid en stap voor stap ons blootstellen aan elke situatie. We gaan dan samen bekijken wat er in elke situatie gebeurt en of onze angstige gedachten ook werkelijk plaatsvinden. Enkele oefeningen die tijdens therapie kunnen gebeuren Wanneer je bijvoorbeeld bij het duizelig voelen steeds denkt dat je gaat flauwvallen, kan je verschillende oefeningen uitproberen die zullen aantonen dat deze catastrofale gedachte (flauwvallen) niet zal gebeuren. Zo zou je: • Eén minuut kunnen ronddraaien op een bureaustoel. • Eén minuut door een dik rietje ademen met de neus dicht. • Een halve minuut zittend met je hoofd tussen je knieën en plotseling je hoofd omhoog doen • Twee minuten heel snel de trap op en af lopen Bij al deze oefeningen zal je verscheidene lichamelijke sensaties voelen. Tracht ongeveer een halve minuut deze sensaties te ervaren en te zien wat er gebeurt. Ademhalings- en relaxatie oefeningen Deze oefeningen stellen je in staat de angst, ten gevolge van de lichamelijke sensaties en angstwekkende situaties, te verminderen. Deze oefeningen zijn als het ware een copings-mechanisme voor de paniek. Bij het ademhalen kan men twee vormen onderscheiden; een borstademhaling en een buikademhaling. Wanneer je gespannen of angstig bent, ben je met je borst aan het ademhalen. Je ademhaling is dan snel en oppervlakkig. De kans dat je ‘over-ademt’ is dan vrij groot, met als gevolg dat je gaat hyperventileren. Hierdoor zullen de lichamelijke sensaties nog meer versterkt worden en word je nog angstiger. Wanneer je echter rustig bent, ben je met je buik aan het ademhalen. Tijdens deze therapie gaat men trachten je buikademhalingsoefeningen aan te leren, die je dan, na het goed beheersen, zal kunnen toepassen in angstwekkende situaties. Buikademhaling is een goede manier om vele vormen van angst te verminderen. Het kan op een korte tijd de lichamelijke symptomen als duizeligheid en snelle hartslag verminderen en is dus een goede manier om te voorkomen dat je in paniek raakt. Deze manier van ademhalen is helemaal niet moeilijk om aan te leren. Bij deze vorm van therapie worden er je ook ontspanningsoefeningen aangeleerd, waarbij je op systematische wijze je lichaam leert ontspannen. Je gaat leren bepaalde spiergroepen op te spannen en dan weer te ontspannen. Wanneer je deze soort oefeningen onder de knie hebt, kun je ze ook toepassen in angstige situaties, waardoor de angst zal afnemen. Medicamenteuze therapie Bij deze therapievorm gaat men medicatie gebruiken die inwerken op bepaalde delen van het brein die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van de angst. De gebruikte medicatie is gericht op het blokkeren van de paniekaanvallen en het verminderen van het vermijdingsgedrag. Ze worden algemeen voor langere tijd gebruikt. Om effectief te zijn moet deze medicatie een gemiddelde behandelingsduur kennen van drie maand tot een jaar. Daarna zal de medicatie stapsgewijs worden afgebouwd. Het is belangrijk te weten dat indien de inname van medicatie niet gecombineerd wordt met een andere vorm van therapie, de kans op terugval aanzienlijk vergroot. Medicatie wordt vooral pas ingeschakeld als het leven, ten gevolge van de paniekaanvallen, niet meer leefbaar wordt. Er is een te groot lijden. Men is niet meer in staat de alledaagse activiteiten uit te voeren. Ook wanneer de psychotherapie te weinig vruchten afwerpt, kan overwogen worden deze dan te combineren met medicatie. |