|
Iedereen geraakt wel eens in paniek! Om duidelijk te maken wat een paniekstoornis juist is, is het van belang eerst een andere term te verduidelijken, namelijk ‘de paniekaanval’, zodat we een goed onderscheid kunnen maken tussen een paniekaanval en een paniekstoornis.
De paniekaanval Algemeen kan een paniekaanval het best omschreven worden als een plotselinge aanval van intense angst, die meestal zonder duidelijke aanleiding ontstaat. Zo een aanval duurt meestal maar een paar minuten. Meestal blijft iemand na een paniekaanval nog een paar uur angstig of onrustig. Een paniekaanval bestaat uit twee reacties: een lichamelijke reactie en een geestelijke reactie. Lichamelijk kan angst tot uiting komen in een aantal zeer onaangename, maar ongevaarlijke, lichamelijke verschijnselen zoals hartkloppingen, transpireren, trillen of beven, benauwdheid, tintelingen, opvliegers of koude rillingen, duizeligheid, misselijkheid en pijn in de borst. De geestelijke verschijnselen van een paniekaanval zijn ook zeer onaangenaam: groot onheil verwachten, een gevoel van onwerkelijkheid of los te staan van jezelf, het idee flauw te vallen, controle te verliezen of gek te worden, of de angst van dood te gaan. Nu duidelijk is geworden wat een paniekaanval inhoudt, kan er overgegaan worden tot het beschrijven van een paniekstoornis. De paniekstoornis Men spreekt van een paniekstoornis wanneer men twee of meer aanvallen heeft gehad en wanneer men daarna voortdurend bang blijft dat er nog een paniekaanval volgt, of dat men zich de hele tijd zorgen maakt over de gevolgen van een paniekaanval. Kenmerkend voor een paniekstoornis is dat men bang wordt voor zijn eigen lichamelijke angstverschijnselen, denkt dat het iets ernstig is en van die gedachte weer in paniek raakt. Er wordt tevens pas gesproken van een paniekstoornis wanneer de paniekgevoelens zo extreem zijn dat het normale leven eronder lijdt. Paniekstoornis met agorafobie Een paniekstoornis kan op zichzelf staan, dat betekent dat er naast de angst voor de paniek geen sprake is van andere angsten of fobieën. Maar de paniekstoornis kan ook voorkomen in combinatie met andere stoornissen. De meest voorkomende combinatie is deze met agorafobie, ook wel aangeduid met de term ‘plein- of straatvrees’. Agorafobie houdt in dat men angst heeft op een plaats of in een situatie te zijn van waaruit ontsnapping moeilijk of gênant kan zijn. Of angst om op plaatsen te komen waar geen hulp beschikbaar zou zijn als men een onverwachte of door een situatie uitgelokte paniekaanval of paniekachtige verschijnselen zou krijgen. Veel voorkomende agorafobische angstsituaties zijn: alleen buitenhuis zijn, zich te midden van een massa bevinden of in een rij wachten, op een brug staan, en reizen met een bus, trein of auto. Iemand met een paniekstoornis met agorafobie zal dus allerlei situaties of plaatsen vermijden waar een nieuwe paniekaanval zou kunnen optreden. De agorafobie is meestal het eindresultaat van iemands pogingen om paniekaanvallen voor te blijven door situaties te vermijden die ze lijken op te roepen. Men kan dus besluiten dat men alleen kan spreken van een paniekstoornis met of zonder agorafobie wanneer men last heeft van terugkerende paniekaanvallen, die ontstaan zijn zonder duidelijke aanleiding. Daarbij is men na minstens één aanval gedurende minimaal een maand, ongerust geweest over een nieuwe aanval, de gevolgen ervan, of is men door de aanvallen vermijdingsgedrag gaan vertonen. |